Onderzoek heeft aangetoond dat 90% van de bevolking aanwijzingen voor varices hebben.1 Ongeveer 60% heeft last van spider naevi en reticulaire varices en ongeveer 30% van grotere varices en hun restverschijnselen. De etiologie van varices omvat vele factoren, waaronder leeftijd, aangeboren zwakte van het bindweefsel en het vrouwelijke geslacht. In de vroege stadia vormt deze aandoening voornamelijk een esthetisch probleem, maar zelfs spider naevi en reticulaire varices kunnen invloed hebben op het welzijn van een persoon. Naast de cosmetische problemen bestaan de voornaamste klachten uit een gevoel van spanning in de benen, zware en vermoeide benen, pijn en een tintelend gevoel, geregeld nachtelijke krampen, pruritus en oedeem.
Aderen die lange tijd onbehandeld blijven, kunnen leiden tot ernstiger gezondheidsklachten, zoals flebitis, huidirritatie, hyperpigmentatie, beenulcera en diepveneuze trombose. Het is echter niet nodig om te wachten tot deze klachten optreden.
Er is een effectieve, veilige en prettige behandeling van spider naevi en varices. Sclerotherapie, waarbij varices worden vernietigd door het injecteren van Aethoxysklerol® in de betrokken ader, is een zeer gangbare, beproefde procedure die wereldwijd wordt toegepast. Het actieve farmaceutische bestanddeel van het scleroserende middel Aethoxysklerol® is lauromacrogol 400 (polidocanol). In een recente door de FDA goedgekeurde multicentrische, gerandomiseerde, dubbelblinde klinische trial (EASI-onderzoek),3 heeft Aethoxysklerol® zijn werkzaamheid evenals zijn uitstekende verdraagbaarheid voor de behandeling van kleine varices bewezen.
De sclerosans Aethoxysklerol® is beschikbaar in verschillende concentraties, variërend van 0,25% tot 3%, en kan als vloeistof en als scleroserend microschuim worden toegediend, afhankelijk van de grootte van de te behandelen varices of hemorroïden.
Mode of Administration and Treatment Options
| Condition | 0,25% | 0,5% | 1% | 2% | 3% | Mode of administration |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Spider veins | ● | ● | liquid | |||
| microfoam | ||||||
| Central veins of spider veins | ● | ● | ● | liquid | ||
| microfoam | ||||||
| Reticular varices | ● | liquid | ||||
| microfoam | ||||||
| Small varices | ● | liquid | ||||
| ● | microfoam | |||||
| Medium-sized varices | ● | ● | liquid | |||
| ● | ● | microfoam | ||||
| Large varices | ● | liquid | ||||
| ● | microfoam | |||||
| Hemorrhoidal disease (1st and 2nd degree) | ● | liquid | ||||
| microfoam |
Toedieningswijze zoals geïndiceerd in bijv. de Duitse samenvatting van de productkenmerken
1 Rabe E. et al. Bonn vein study of the German Society of Phlebology: Phlebologie 2003; 32: 1-14.
2 Rabe E and Pannier F. Dermatol Surg. 2010; 36(Suppl 2): 968-75
3 Rabe E. et al. Sclerotherapy of telangiectases and reticular veins: a double-blind, randomized, comparative clinical trial of polidocanol, sodium tetradecyl sulfate and isotonic saline (EASI study). Phlebology 2010; 25: 124-131.
